Geschiedenis
Spelsoorten
Andere spelsoorten
Speeltips overband
Speeltips driebanden
Nuttige tips
Biljart-materiaal
en het onderhoud ervan
Oude prenten
Spelsoorten

Libre
Bij het libre (vrije spel)l maakt het in principe niet uit hoe de caramboles gemaakt worden, mits daarbij maar geen speelfouten worden gemaakt. Bij dit spel hebben we wel te maken met verboden zones.

De verboden zones bij libre klein bevinden zich in de hoeken van het biljart. De grootte van deze zones zijn als volgt:
1.   Tòt de overgangsklasse 17 X 17 cm. (op de banden)
2.   Vanaf de overgangsklasse en hoger 28,75 X 57,5 cm.
      (op de banden en de grootste maat op de lange band).

Voor de verboden zones gelden de volgende annonces:
1.  à cheval
2.  entrée
3.  dedans
4.  resté dedans (is een fout, dus: noteren enz.)





       "A cheval" moet worden geannonceerd als een van de aanspeelballen in een verboden zone ligt en de andere bal (niet de speelbal) tegen diezelfde zone aanligt, dus voor de lijn.
"Entrée" moet worden geannonceerd als beide ballen voor de eerste keer in één verboden zone liggen. Ligt een van de aanspeelballen half op de lijn, dan wordt geacht, dat die bal in de zone ligt. De speler mag in die zone dan een carambole maken.
Blijven de ballen vervolgens in die zone liggen, dan volgt de positie "Dedans".
Wordt echter één van de ballen uit die zone gespeeld en keert er daarna weer in terug, dan ontstaat opnieuw de positie "Entree".
"Dedans" moet ook door de arbiter worden geannonceerd. Het is de positie ná entrée als beide aan te spelen ballen in de verboden zone zijn blijven liggen. De speler mag nu nog één carambole in die verboden zone maken. Bij het maken van die carambole moét een van de aanspeelballen uit die verboden zone gespeeld worden.
(NB. Uiteraard mag de bal daarna wel weer in die verboden zone terugkeren en ontstaat de positie "Entree" weer).
"Resté dedans" is de positie ná dedans. De beide aanspeelballen zijn ná de carambole bij de "Dedans"-positie in de verboden zone blijven liggen. Dit is een speelfout en de arbiter moet de speler dus aftellen. Hij annonceert:" Noteren 2, de heer/mevrouw X, 2". De laatste carambole telt niet mee.
                                       
Uitspringende bal(len) bij een librepartij
Dit is een speelfout, dus de desbetreffende speler wordt afgeteld met de annonce: "Noteren enz." Vervolgens worden de ballen nadat ze schoongemaakt zijn in de beginpositie gelegd, waarbij de speelbal van de volgende speler op het rechter of op verzoek van de speler op het linker acquit wordt gelegd.
       Vastliggende bal(len) bij libre-klein
De arbiter zal "Vast" annonceren en de speler heeft de volgende keuzemogelijkheden:
1.  De ballen in de beginpositie laten leggen door de arbiter;
2.  Spelen via de niet vastliggende bal of via een of meer andere banden dan de      vastliggende band;
3.  Losspelen van zijn speelbal via een "kopstoot".
      
                                        Bandstoten
Hier mag men caramboles maken zoveel men kan, op voorwaarde dat de speelbal steeds tenminste één band raakt, alvorens men de tweede bal raakt. Ook hier is het de betrachting de ballen bij een band te verzamelen en te plaatsen, zodanig dat bij de volgende carambole de band en het punt gemakkelijk kan gemaakt worden.
      
                                        Kader
Bij de basisverdeling worden op het laken vier lijnen getrokken, evenwijdig en op een bepaalde (gelijke) afstand van de banden. Daardoor ontstaan er negen vakken op de tafel. De korte band en de lange band zijn verdeeld in 3 delen, zodanig dat de hoekvakken een vierkant vormen.

In de acht omtrekskaders, mag men slechts twee, soms ook slechts maar één carambole maken, waarna één van de aangespeelde ballen het kader moet verlaten, doch er wel terug mag inkomen.
       Bij de speelwijze waarbij er maximum twee caramboles in één vak mogen gemaakt worden, kondigt de scheidsrechter "entrée" aan wanneer de aanspeelballen voor het eerst in hetzelfde vak liggen. Blijven de aangespeelde ballen na de eerste carambole nog in het kadervak, dan wordt dit feit aangekondigd met "dedans". Hierna moet dus een der aanspeelballen het vak verlaten. Mag er daarna terug inkomen met weer de melding entrée, enzovoort. In het geval van maximum één carambole in hetzelfde vak, geldt alleen de melding dedans.
                                        Om het spel nog moeilijker te maken voor spelers uit de hoogste klassen worden nog vierkante kaders van 18 cm. bijgevoegd op de plaats waar de lijnen de band raken. In deze ankerkaders gelden dezelfde beperkingen als voor de grote kaders.

Afmetingen van de Kaders
De kaderdisciplines worden aangeduid door twee getallen; zoals bijvoorbeeld 47/2. Het eerste getal duidt de afstand in centimeter aan tussen de kaderlijnen en de randen van de biljarttafel. Het tweede getal duidt het aantal caramboles aan dat mag gemaakt worden zonder dat een bal een gegeven kader verlaat.
                                        Op een biljart van 2,30 meter spreekt men van kader 38/2. Dit betekent dat de hoekkaders een zijde hebben van 38 cm en dat er maximum twee caramboles in een vak mogen gemaakt worden.
                                        Op matchbiljart spreekt men van kader 47/2. Dit betekent dat de hoekkaders een zijde hebben van 47 cm en dat er maximum twee caramboles in een vak mogen gemaakt worden. Hiervoor bestaat ook kader 47/1, waarbij slechts één carambole in een vak mag gemaakt worden.
                                        Op matchbiljart bestaat nog de discipline kader 71/2. Nu hebben hoekkaders een zijde hebben van 71 cm en het maximum caramboles in de vakken 2 is. Hier is dus geen middenkader.
       Een van de betrachtingen in dit spel is de ballen ofwel in het middenkader te houden of de aanspeelballen aan elke zijde van een kaderlijn te hebben. Dit is de zogenaamde positie à cheval. In deze gevallen kan men zonder onderbrekingen reeksen maken. Komt men in de kaders met beperking, dan wordt getracht de ballen zo te krijgen, dat men met een rappel, een bal uit en weer in het kader krijgt.

Het moet niet gezegd worden dat kaderspel enkel door gevorderde spelers kan gespeeld worden.
      
       Driebanden
Bij het driebanden is een carambole geldig, als voldaan is aan de regels voor het libre en als de speelbal, voordat de 3e bal is geraakt, tenminste drie maal een band heeft geraakt. Het mag meer malen dezelfde band zijn. Er zijn geen verboden zones bij het driebanden.
                                       
Uitspringende bal(len) bij een driebandenpartij
Als bij het driebanden een bal uitspringt wordt de speler afgeteld en de uitgesprongen bal, nadat deze is schoongemaakt, geplaatst op het voor die bal geldende acquit en wel als volgt:
a.  de rode bal op het bovenacquit;
b.  de oude speelbal op het middenacquit;
c.  de nieuwe speelbal op het benedenacquit.
       Indien het voor de uitgesprongen bal aangewezen acquit bezet is of versperd wordt, dan wordt die bal geplaatst op het acquit van de bal welke het acquit verspert.
       Vastliggende bal(len) bij driebanden
Bij driebanden heeft de speler bij vastliggende ballen de volgende keuze mogelijkheden:
       1 Spelen via de niet vastliggende bal of via een of meer andere banden dan de vastliggende band;
       2 Losspelen van zijn speelbal via een "kopstoot".
       3 Het op de acquits laten leggen van de speelbal en de vastliggende bal. Eventueel alle ballen, als de speelbal tegen beide andere ballen vastligt en wel als volgt:
a. de rode bal op het bovenacquit
b. de speelbal op het benedenacquit
c. de andere bal op het middenacquit
       Indien het voor de vastliggende bal aangewezen acquit bezet is of versperd wordt, dan wordt die bal geplaatst op het acquit van de bal die het acquit verspert.
      

© 2008 - BBG Haarsteeg - Niets van deze pagina's mag worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van BBG Haarsteeg.